ach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach

Tussenwerpsel

ach

  1. drukt medelijden, verbazing, ontzetting of onsteltenis uit
    Heeft hij echt kanker? Ach, nee toch!
  2. drukt uit dat iets minder belangrijk is
    Ach, dat heb je wel vaker met meisjes van deze leeftijd.
  3. drukt boosheid uit
    Ach! Hou nou eens eindelijk je grote mond dicht snotaap.


Limburgs

Telwoord (lim)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak

Hoofdtelwoord

ach

  1. (Hooglimburgs) acht.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

ach v

  1. (Hooglimburgs) acht.


Slowaaks

Tussenwerpsel

ach

  1. ach, och; een uitdrukking van verschillende gevoelens (bewondering, leed, verbazing, verwarring, verzuchting en dergelijke)


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach

Tussenwerpsel

ach

  1. ach, och; een uitdrukking van verschillende gevoelens (bewondering, leed, verbazing, verwarring, verzuchting en dergelijke)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwante begrippen
Verwijzingen