ach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach

Tussenwerpsel

ach

  1. drukt medelijden, verbazing, ontzetting of onsteltenis uit
    Heeft hij echt kanker? Ach, nee toch!



Limburgs

Telwoord (lim)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak

Hoofdtelwoord

ach

  1. (Hooglimburgs) acht.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

ach v

  1. (Hooglimburgs) acht.


Slowaaks

Tussenwerpsel

ach

  1. ach, och; een uitdrukking van verschillende gevoelens (bewondering, leed, verbazing, verwarring, verzuchting en dergelijke)


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach

Tussenwerpsel

ach

  1. ach, och; een uitdrukking van verschillende gevoelens (bewondering, leed, verbazing, verwarring, verzuchting en dergelijke)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwante begrippen
Verwijzingen