ever

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -ever
Een ever kijkt in de camera.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ever
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ever evers
verkleinwoord evertje evertjes

Zelfstandig naamwoord

ever m

  1. (evenhoevigen) de voorouder van het varken Sus scrofa op Wikispecies
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Anagrammen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Bijwoord

ever

  1. ooit
Afgeleide begrippen
Anagrammen