ganzenveer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gan·zen·veer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ganzenveer ganzenveren
verkleinwoord ganzenveertje ganzenveertjes

Zelfstandig naamwoord

ganzenveer v/m

  1. een veer van een gans
    • De hoed is versierd met enkele ganzenveren. 
  2. een schrijfinstrument gemaakt van de slagpen van een gans of een andere grote vogel
    • Voor 1840 schreef men met een ganzenveer. 
    • Kopiisten waren maanden bezig om met de ganzenveer de tekst in het dunne leer te graveren. 
Schrijfwijzen

Meer informatie

Gangbaarheid