halzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hal·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
halzen
halsde
gehalsd
zwak -d volledig

Werkwoord

halzen [2]

  1. om de hals vallen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

halzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hals

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen