vief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vief
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Franse vif van het Latijnse vivus.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vief viever viefst
verbogen vieve vievere viefste
partitief viefs vievers -

Bijvoeglijk naamwoord

vief

  1. nog levendig voor zijn of haar leeftijd
    • Oh, die is nog zo vief! 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders
49 % van de Vlamingen.


Limburgs

Telwoord (lim)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
  • IPA: /viːf/ (Etsbergs)

Hoofdtelwoord

vief

  1. vijf
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

vief v

  1. vijf
Verbuiging