onafhankelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·af·han·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onafhankelijk onafhankelijker onafhankelijkst
verbogen onafhankelijke onafhankelijkere onafhankelijkste
partitief onafhankelijks onafhankelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

onafhankelijk

  1. geen verbinding hebbend met
    • De linker en rechter vering is onafhankelijk van elkaar te verstellen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie