fietsveer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fiets·veer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fietsveer fietsveren
verkleinwoord fietsveertje fietsveertjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

fietsveer o

  1. een veerpont voor fietsers en wandelaars
    • Ten oosten van Nijmegen kan je nog met een fietsveer oversteken naar de Millingerwaard. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie