pension

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen·si·on
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kosthuis, kostgeld’ voor het eerst aangetroffen in 1889 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord pension pensions
verkleinwoord pensionnetje pensionnetjes

Zelfstandig naamwoord

pension o

  1. een gelegenheid waar men kan logeren
    • Gelukkig konden we nog een goedkoop pension vinden. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen