pension
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
![]() |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pen·si·on
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘kosthuis, kostgeld’ voor het eerst aangetroffen in 1889 [1]
- [2]
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | pension | pensions |
verkleinwoord | pensionnetje | pensionnetjes |
Zelfstandig naamwoord
pension o
- (horeca), (toerisme) een gelegenheid waar men tegen betaling kan overnachten
- Gelukkig konden we nog een goedkoop pension vinden.
- kosthuis, kostschool
- Ik groeide op in een pension.
- (economie) pensioen
- Johannes Lubordus werd eervol ontslagen en kreeg een pension van ƒ230,-, ongeveer 2/3 van zijn laatst verdiende loon.[3]
Verwante begrippen
- [1] herberg, hostel, kosthuis, logies en ontbijt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een gelegenheid waar men kan overnachten
Gangbaarheid
- Het woord pension staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek uit 2013 werd "pension" herkend door:
97 % | van de Nederlanders; |
95 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "pension" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ pension op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Scherprechters in de Negentiende Eeuw., J van den Tillaar, 22-7-2016
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be
Engels
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud | meervoud |
---|---|
pension | pensions |
Zelfstandig naamwoord
pension
Frans
Woordherkomst en -opbouw
Van het Latijnse pensio.
enkelvoud | meervoud | ||
---|---|---|---|
zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
pension | la pension | pensions | les pensions |
Zelfstandig naamwoord
pension v
- (horeca) pension
- «J'ai passé une nuit dans une pension.»
- Ik heb een nacht in een pension doorgebracht.
- «J'ai passé une nuit dans une pension.»
- kosthuis, kostschool
- «Comme c'est bizarre de grandir sans père, dans une pension.»
- Hoe merkwaardig om in een kosthuis zonder vader op te groeien.[1]
- «Comme c'est bizarre de grandir sans père, dans une pension.»
- (economie) uitkering
- (economie) pensioen
- «Une pension de survie.»
- Een overlevingspensioen.
- «Une pension de survie.»
Verwijzingen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Horeca in het Nederlands
- Toerisme in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 7
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Horeca in het Engels
- Economie in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Horeca in het Frans
- Economie in het Frans