gezantschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zant·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gezantschap gezantschappen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gezantschap o [1]

  1. het ambt van gezant
  2. een diplomatieke vertegenwoordiging bestaande uit een gezant met al de hem toegevoegde personen
  3. gebouw van een legatie
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal