aap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een aap (chimpansee).

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aap apen
verkleinwoord aapje aapjes

Zelfstandig naamwoord

aap m

  1. (zoogdieren) Primates op Wikispecies het meest met de mens verwante vierhandige zoogdier uit de orde der primaten
    • Omdat aapen zoveel op mensen lijken vinden we het leuk om aapjes te kijken in de dierentuin en misschien vinden de apen het ook leuk om mensje te kijken. 
  2. (schertsend) een deugniet, een ondeugend persoon
    • De apen moeten weer van school gehaald worden en dus is het weer gedaan met de rust in huis. 
  3. een min of meer vierkant zeil dat op oude zeilschepen gebruikt werd om meer zeil bij te zetten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden

Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.

  • Iets dat lelijk is, zal nooit mooi worden.

Daar komt de aap uit de mouw.

  • De eigenlijke bedoeling blijkt nu pas.
Uitdrukkingen en gezegden

Zich een aap lachen.

  • Heel erg moeten lachen.

Iemand voor de aap houden.

  • Iemand beetnemen.

Iemand voor aap zetten.

  • Iemand voor schut zetten.

In de aap gelogeerd zijn.

  • Onverwacht in moeilijkheden geraakt zijn.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

aap m

  1. (Hooglimburgs), (dierkunde) aap (zoogdier)
Verbuiging