aapmens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aap·mens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aapmens aapmensen
verkleinwoord aapmensje aapmensjes

Zelfstandig naamwoord

aapmens m

  1. voorloper van de homo sapiens of m.a.w. van de huidige mens
  2. (figuurlijk) (scheldwoord) aapachtige mens
Anagrammen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.