Naar inhoud springen

mono

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: mono-
  • mo·no
stellend
onverbogen mono
verbogen -

mono [1] [2]

  1. (elektronica) (van geluid) weergegeven over één spoor of kanaal
    • Het geluid was mono en van slechte kwaliteit. 
  2. bestaande uit één element, zaak
95 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[3]
  enkelvoud meervoud
nominatief   mono     monoj  
accusatief   monon     monojn  

mono

  1. geld

mono

  1. ik
enkelvoud meervoud
mono monos

mono m

  1. (primaten) mensaap
  2. overall
  • [1] mannelijke vorm van mona