brulaap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brul·aap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brulaap brulapen
verkleinwoord brulaapje brulaapjes

Zelfstandig naamwoord

brulaap m

  1. (zoogdieren) Amerikaanse apen die een brullend lawaai kunnen produceren
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie