persoon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·soon
enkelvoud meervoud
naamwoord persoon personen
verkleinwoord persoontje persoontjes

Zelfstandig naamwoord

persoon m

  1. menselijk individu
  2. een van de drie klassen van de persoonlijke voornaamwoorden, wordt ook gebruikt in relatie tot de vervoeging van een werkwoord die hierop gebaseerd is
  3. (juridisch) menselijk wezen, abstracte entiteit of organisatie met rechten en plichten die door de wet erkend worden, rechtspersoon
  4. personage, figuur
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: de persoon in kwestie
Vertalingen