resusaap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·sus·aap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord resusaap resusapen
verkleinwoord resusaapje resusaapjes

Zelfstandig naamwoord

resusaap m

  1. (dierkunde) apensoort waarbij de resusfactor het eerst ontdekt werd
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Meer informatie