apenbos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

tempel bij het heilige apenbos van Sangeh
Uitspraak
Woordafbreking
  • apen·bos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord apenbos apenbossen
verkleinwoord apenbosje apenbosjes

Zelfstandig naamwoord

apenbos o

  1. een bos waar een gemeenschap apen woont
    • De biologen bestudeerden honderden uren het gedrag van makaken in een Brits apenbos. Ook onderzochten ze in het lab ontlasting op stresshormonen. De makaken zijn interessant, omdat ze verschillende hiërarchische lagen kennen. Juist de apen in het midden van de hiërarchische lagen komen in conflict met de ondergeschikte en bovengeschikte soortgenoten. Ze dagen de baas uit, en worden steeds uitgedaagd. Dat ze last hadden van stress, bleek zelfs uit hun poep. [1] 
    • Een bos waar je net als in de oertijd op zoekt kunt naar paddenstoelen, kastanjes, bessen en andere dingen om van te smikkelen. Dit idee is niet nieuw, want al in 2004 kwam stichting wAarde met het 'Smulbos'. Toen werd het idee alleen vrij snel met de grond gelijk gemaakt, omdat men dacht dat het voor allochtonen was bedacht. Alsof die pas naar de natuur zouden gaan als je er nootjes kon vinden. 'Het apenbos' werd het plan snerend genoemd. [2] 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Tubantia Bart van Eldert 23-10-17 'Managers zijn een stelletje sneue apen'
  2. Het Parool Renske de Greef en Jan Hoek30 april 2015, Wat Amsterdam mist: Smulbos/smulgracht