apenkooi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] kooi met apen in een dierentuin, de apen zitten dan meestal niet op de grond
Uitspraak
Woordafbreking
  • apen·kooi
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord apenkooi apenkooien
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

apenkooi v/m [1]

  1. tikkertje in een gymzaal waarbij de deelnemers niet met de voeten op de grond mogen komen
    • Op het eerste gezicht ziet de opstelling in de oude werkloods in Utrecht, waar 250 landgenoten de uitdaging aangaan, eruit als een uitbreid parcours voor apenkooien voor volwassenen. Maar vergis je niet: tot nu toe hebben slechts tien mensen wereldwijd de hindernisbaan volledig weten af te leggen. Terwijl het van origine Japanse programma inmiddels in 165 landen een eigen versie kent.[2] 
  2. een kooi waarin apen gevangen zitten in een dierentuin
    • Hoewel ik het een vreemde vorm van ‘apies kijken’ vind, vind ik alle acties om deze glazen apenkooi heen wel geweldig en ik ben er apetrots op, dat mijn stad zich dit jaar met man en macht heeft ingezet om de crew van Serious Request en hun goede doel te omarmen. Een doel dat ons allemaal aangaat: bescherming en hulpverlening aan vrouwen in conflictgebieden.[3] 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
apenkooien

apenkooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van apenkooien
    • Ik apenkooi. 
  2. gebiedende wijs van apenkooien
    • Apenkooi! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van apenkooien
    • Apenkooi je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf BERNICE BREURE 08 mrt. 2017
  3. de Telegraaf MARIJKE LEMMERS 23 dec. 2014 in NIEUWS