aapachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aap·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aapachtig aapachtiger aapachtigst
verbogen aapachtige aapachtigere aapachtigste
partitief aapachtigs aapachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

aapachtig

  1. gelijkend op een aap
    • Hij had een aapachtig voorkomen. 
  2. bespottelijk

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.