apenstreek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apen·streek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord apenstreek apenstreken
verkleinwoord apenstreekje apenstreekjes

Zelfstandig naamwoord

apenstreek mv o

  1. een schelmenstreek, uitgehaald door een speels schepsel, zoals een aap of een puberale jongere tijdens de zogenaamde apenjaren
Opmerkingen
  • De meervoudsvorm is gebruikelijker in het dagelijks taalgebruik.
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.