wolaap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wol·aap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wolaap wolapen
verkleinwoord wolaapje wolaapjes

Zelfstandig naamwoord

wolaap m

  1. een aap uit het geslacht van de wolapen die leven in Zuid-Amerika
    • De wolaap nap een hap uit de lekkere vrucht. 

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be