apenspel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apen·spel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord apenspel apenspellen
verkleinwoord apenspelletje apenspelletjes

Zelfstandig naamwoord

apenspel o [1]

  1. (pejoratief) een kluchige, dwaze, onzinnige vertoning
    • Nimfijnen aan het strand. Ze komen niet van hier. Ze spreken Duits.
      Er komen jongens aan. Staken. Lange zwembroeken ook. Testosteronzweet druipt van hun lichaam. Het apenspel begint als ze de bal van de meisjes pikken.
      Ik kijk hoe de jongens zich achterna laten lopen, terwijl ze met de bal aan de voet hun toverkunsten van lenigheid vertonen. [2]
       
    • In het doopformulier klinkt die uitdrukking nog door: „Als het tot zijn verstand gekomen zal zijn.” Om die overgang te markeren komt er een apart sacrament: het vormsel of de confirmatie. Alleen een bisschop mag dit sacrament bedienen. Maarten Luther wijst dit sacrament scherp af. Hij noemt het zelfs een apenspel. [3] 
    • Te veel vooroverleg tussen regering en Kamer maakte het debat tot een ‘apenspel’. De koning had tot taak een regering samen te stellen in de geest van de verkiezingsuitslag. [4] 
  2. soort gymastisch spel

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool Theodor Holman25 juli 2014 Een wandeling door de duinen
  3. Reformatorisch Dagblad dr. H. van den Belt 09-04-2012 Belijdenis van de waarheid vereist geloof
  4. NRC 20 november 2012 Regeren wordt een onderonsje