apenjaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apen·ja·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - apenjaren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

apenjaren mv

  1. de puberale leeftijd waarop jongeren zich vaker misdragen en met name meer apenstreken uithalen
Synoniemen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.