slingeraap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

slingeraap met lange staart
Uitspraak
Woordafbreking
  • slin·ger·aap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slingeraap slingerapen
verkleinwoord slingeraapje slingeraapjes

Zelfstandig naamwoord

slingeraap m [2]

  1. een aap die zich aan zijn armen en met name ook staart slingerend door een boom of bos beweegt
    • In Artis is dinsdag een zwart slingeraapje geboren. Het jong heeft al bij zijn moeder gedronken en maakt het goed. "Het wijfje zit de hele tijd voor het raam."[3] 
    • Het meest urgent vindt hij zelf het verblijf van de slingerapen, dat door de nauwe tralies nog echt een restant is van óud-Artis'.[4] 
  2. (figuurlijk) lang, mager persoon
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen