circusaap
Uiterlijk
- cir·cus·aap
- samenstelling van circus en aap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | circusaap | circusapen |
| verkleinwoord | circusaapje | circusaapjes |
de circusaap m
- een aap die optreedt of optrad in een circus
- Het woord 'circusaap' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.