sikte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sik·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sikte
sikter
siktet
sikta
siktet
sikta
Klasse 3 sterk

Werkwoord

sikte

  1. overgankelijk, (juridisch) incrimineren
  2. overgankelijk verwijten, betichten, aantijgen
  3. zeven, ziften
  4. onovergankelijk mikken, richten
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

sikte o

  1. zicht
  2. vizier
  3. doel
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sikte     siktet     sikter     sikta
siktene  
genitief   siktes     siktens     sikters     siktas
siktenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sik·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sikte
sikter
sikta
sikta
Klasse 1 zwak

Werkwoord

sikte

  1. overgankelijk, (juridisch) incrimineren
  2. overgankelijk verwijten, betichten, aantijgen
  3. zeven, ziften
  4. onovergankelijk mikken, richten
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

sikte o

  1. zicht
  2. vizier
  3. doel
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sikte     siktet     sikte     sikta  
genitief                        
bijvorm enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief                     sikti  
genitief