zevenenhalf
Uiterlijk
- Geluid: zevenenhalf (hulp, bestand)
- IPA: /ˈzevənənˌhɑlᵊf/
- ze·ven·en·half
- samenstelling van zeven en half met het invoegsel -en-
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | zevenenhalf |
| verbogen | zevenenhalve |
| partitief | zevenenhalfs |
zevenenhalf
- (breukgetal) de breuk 7½ of 7,5; het getal halverwege 7 en 8
- Het was een forse baby van zevenenhalf pond.
- Ze voegde zevenenhalve deciliter toe.
| Breukgetallen in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| half • anderhalf • tweeënhalf • drieënhalf • vierenhalf • vijfenhalf • zesenhalf • zevenenhalf • achtenhalf • negenenhalf | |||||||||||
- Het woord zevenenhalf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Hoofdtelwoord in het Nederlands
- Breukgetal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal