halfzeven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • half·ze·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord halfzeven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

halfzeven v / m

  1. een tijdstip op de klok halverwege zes en zeven uur

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.