doorzeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·ze·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzeven


doorzeefde


doorzeefd


zwak -d volledig

Werkwoord

doorzéven

  1. (overgankelijk) een groot aantal projectielen door iets heen schieten
    De auto werd in de schietpartij doorzeefd.


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzeven


zeefde door


doorgezeefd


zwak -d volledig

Werkwoord

dóórzeven

  1. (overgankelijk) door een zeef doen passeren
    Dit zijn op zijn Engels gaargekookte aardappelen, afgegoten, doorgezeefd en terug op de stoof geplaatst.
  2. (inergatief) doorgaan met zeven
    Zij hadden flink doorgezeefd en het karwei was bijna klaar.