doorzeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·ze·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzeven
doorzeefde
doorzeefd
zwak -d volledig

Werkwoord

doorzéven

  1. overgankelijk een groot aantal projectielen door iets heen schieten
    • De auto werd in de schietpartij doorzeefd. 
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzeven
zeefde door
doorgezeefd
zwak -d volledig

Werkwoord

dóórzeven

  1. overgankelijk door een zeef doen passeren
    • Dit zijn op zijn Engels gaargekookte aardappelen, afgegoten, doorgezeefd en terug op de stoof geplaatst. 
  2. inergatief doorgaan met zeven
    • Zij hadden flink doorgezeefd en het karwei was bijna klaar. 


Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.