Naar inhoud springen

vat

Uit WikiWoordenboek
[1] Een liggend vat
  • vat
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord vat vaten
verkleinwoord vaatje vaatjes

[A]hetvato

  1. (techniek) ronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden
     Wachtman lijkt tot zijn middel in een vat beton gegoten.[7]
  2. (eenheid) standaard inhoudsmaat voor ruwe aardolie of bier: 1 vat aardolie = 159 liter
  3. (anatomie) ader
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord vat -
verkleinwoord - -

[B]devatm

  1. aangrijpingspunt waaraan een voorwerp kan worden vastgepakt
  • geen vat krijgen op
    niet kunnen beïnvloeden
 De slaaf was inmiddels teruggekeerd met de processtukken en ik begon ze vlug in mijn documentenkistje te stoppen, want ik voelde de sfeer verslechteren naarmate de drank meer vat op hen kreeg, en ik wilde Cicero daar het liefst zo snel mogelijk weg hebben.[8]
vervoeging van
vatten

[B] vat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vatten
  2. gebiedende wijs van vatten
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[9]
  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (verpakking)


Telwoord (mtt)
1 11 10 100 103
2 12 20 200
3 13 30
4 14 40
5 15 50
6 16 60
7 17 70
8 18 80
9 19 90

vat

  1. vier


vat

  1. water