kuip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuip
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vat’ voor het eerst aangetroffen in 1277 [1]
  • Van het Latijnse cupa. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kuip kuipen
verkleinwoord kuipje kuipjes

Zelfstandig naamwoord

kuip v/m

  1. wijd, houten, metalen of plastic vat
    • In de kuip worden appels tot moes gemaakt. 
    • Bij de wijnproductie hebben houten kuipen plaats gemaakt voor glimmende gistingstanks. 
  2. door de verwante vorm een voetbalstadion
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • weten wat voor vlees je in de kuip hebt
weten met wat voor mensen je te doen hebt
Typische woordcombinaties
  • kuipje boter
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kuipen

kuip

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuipen
    • Ik kuip. 
  2. gebiedende wijs van kuipen
    • Kuip! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuipen
    • Kuip je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen