kruitvat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Van Speyk steekt een lont in het kruitvat
Uitspraak
Woordafbreking
  • kruit·vat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruitvat kruitvaten
verkleinwoord kruitvaatje kruitvaatjes

Zelfstandig naamwoord

kruitvat o [1]

  1. een ton met buskruit
  2. iets dat makkelijk helemaal uit de hand kan lopen
    • Driekwart van Portugal bestaat uit bosgrond, waarvan 85 procent privébezit is. Vanwege de trek naar de steden bewerken en verzorgen steeds minder mensen de miljoenen hectares aan bomen. De bossen liggen bezaaid met dorre takken en struiken. ,,Het is een gigantisch kruitvat dat elk moment kan exploderen. Door bliksem of door de vonken die van de hoogspanningskabels springen", zegt Paulo Fernandes, die de branden van de afgelopen 15 jaar heeft onderzocht.
      [2]
       
    • De buurt in Berchem zou een kruitvat kunnen zijn. Met zijn leegstand, de steeds nieuwe golven van bewoners en de grote sociaaleconomische verschillen. En toch ontploft het niet. Hoe komt dat? Waarom lukt hier wel wat in wijken als de Seefhoek of Borgerhout veel moeilijker is? [3] 
Uitdrukkingen en gezegden
  • de lont in het kruitvat steken
een ruzie veroorzaken
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Edwin Winkels 20-06-2017
  3. De Standaard 09/06/2017 Ine Renson
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be