vaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vaat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vaat
verkleinwoord vaatje vaatjes

Zelfstandig naamwoord

vaat m/v

  1. gedurende de maaltijd gebruikt eetgerei
    Wie niet kookt, doet de vaat.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
vaten

vaat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vaten
  2. gebiedende wijs van vaten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl