stellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stellen
stelde
gesteld
zwak -d volledig
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
stellen stellend
gestel gesteld
stelling

Werkwoord

stellen

  1. overgankelijk doen staan
    • Hij stelde het mechaniek in werking. 
  2. inergatief beweren, verklaren
    • In zijn betoog stelde de advocaat dat de verdachte onschuldig was. 
  3. wederkerend (scheikunde) de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen
    • De loogoplossing werd op kaliumwaterstofftalaat gesteld. 
  4. wederkerend zich ~ zich beschikbaar maken
    • Hij stelde zich kandidaat voor het presidentschap. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • eisen stellen aan iemand
dwingende verwachtingen opleggen aan iemand
  • in staat stellen
de mogelijkheid geven iets te doen
  • zich beschikbaar stellen
verklaren dat men bereid is iets te doen
  • zich iets ten doel stellen
een sterk voornemen hebben iets te bereiken
  • stel dat ...
laten we het geval bekijken dat ...
  • Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen
doelt op actie, wees niet lui of gemakzuchtig, ga door en wel nu. ofwel: door nu het werk al te doen geeft het later een rustiger gevoel
  • Alles ( of iets) op haren en snaren zetten ( of stellen)
  • Eén gek kan meer vragen/vragen stellen dan tien wijzen kunnen beantwoorden
er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet
  • Iemand de wet stellen
iemand iets opdragen te doen
  • Iemand op de proef stellen
Iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan
  • Iets aan de kaak stellen
bekend maken wat niet in orde is
  • In de schaduw stellen
het beter doen dan een ander, iemand overtreffen
  • In de waagschaal stellen
groot risico nemen
  • Op stel en sprong vertrekken/gaan
onmiddellijk vertrekken/gaan
  • Paal en perk stellen
ergens een eind aan maken
  • Zijn leven in de waagschaal stellen
actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

stellen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stel

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Duits

Woordafbreking
  • stel·len

Werkwoord

stellen

  1. stellen