stelde
Uiterlijk
- Geluid: stelde (hulp, bestand)
- IPA: / ˈstɛldə / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /stɛɫ.də/
- (Vlaanderen, Brabant): /stɛɫ.də/
- (Limburg): /stɛl.də/
- stel·de
| vervoeging van |
|---|
| stellen |
stelde
- enkelvoud verleden tijd van stellen
- Ik stelde.
- Jij stelde.
- Hij, zij, het stelde.
- Ik stelde.
- ▸ Ze herinnert zich dat Maren in bad de vraag stelde: 'Wat heb je gedaan?' Het zou beter zijn als ze niets meer met het echtpaar Meermans te maken hadden.[1]
- ▸ In haar hoofd hoort ze de vraag die Johannes aan zijn zuster stelde: Maren, denk je dat dit huishouden vanzelf draait? Nee, niet vanzelf, denkt ze, maar dankzij mensen zoals Cornelia en Lysbeth Timmers.[1]
- ▸ Ze stelde zich ook afhankelijk van hem op, en Jacob woont tenminste hier, niet in een armoedige eenkamerwoning aan de Bloemstraat.[2]
- Het woord stelde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332