Naar inhoud springen

stelde

Uit WikiWoordenboek
  • stel·de
vervoeging van
stellen

stelde

  1. enkelvoud verleden tijd van stellen
    • Ik stelde. 
    • Jij stelde. 
    • Hij, zij, het stelde. 
     Ze herinnert zich dat Maren in bad de vraag stelde: 'Wat heb je gedaan?' Het zou beter zijn als ze niets meer met het echtpaar Meermans te maken hadden.[1]
     In haar hoofd hoort ze de vraag die Johannes aan zijn zuster stelde: Maren, denk je dat dit huishouden vanzelf draait? Nee, niet vanzelf, denkt ze, maar dankzij mensen zoals Cornelia en Lysbeth Timmers.[1]
     Ze stelde zich ook afhankelijk van hem op, en Jacob woont tenminste hier, niet in een armoedige eenkamerwoning aan de Bloemstraat.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332