state

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord state staten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

state v / m [3]

  1. een voormalige (adellijke) burcht of landhuis in de provincie Friesland.
Hyponiemen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse status.
enkelvoud meervoud
state states

Zelfstandig naamwoord

state

  1. staat
  2. toestand
vervoeging
onbepaalde wijs to  state 
he/she/it  states 
verleden tijd  stated 
voltooid
deelwoord
 stated 
onvoltooid
deelwoord
 stating 
gebiedende wijs  state 

Werkwoord

state

  1. verklaren
  2. vaststellen
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen