instellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
instellen
stelde in
ingesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

instellen

  1. overgankelijk het op een gewenste wijze regelen van iets
    • Ik heb de ontvanger ingesteld op 231,3 megahertz. 
     De PCT is de laatste jaren erg populair geworden, waardoor de overkoepelende organisatie, de Pacific Crest Trail Association, een maximaal aantal van 50 startbewijzen per dag heeft ingesteld.[1]
  2. overgankelijk het in het leven roepen van een organisatie
    • De regering van de Nederlandse Antillen is ingesteld met het Statuut. 
  3. overgankelijk het geldig verklaren van een regeling
    • Dit verbod is vorige maand ingesteld. 
  4. voorbereid zijn op iets
    • Daar was ik helemaal niet op ingesteld. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be