put

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • put
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord put putten
verkleinwoord putje putjes

Zelfstandig naamwoord

put m

  1. een pijpvormige uitholling in een oppervlak
    Hij was in een put gevallen en brak zijn been.
  2. in de bodem aanwezige opening (schacht) die naar een vloeistofbron leidt
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
putten

put

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van putten
  2. gebiedende wijs van putten
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • put
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Oudengelse woorden "putung" en "pytan".
vervoeging
onbepaalde wijs to put
he/she/it puts
verleden tijd put
voltooid
deelwoord
put
onvoltooid
deelwoord
putting
gebiedende wijs put

Werkwoord

put

  1. leggen
  2. plaatsen
  3. steken
  4. zetten
Afgeleide begrippen