geruststellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rust·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geruststellen
stelde gerust
gerustgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

geruststellen

  1. overgankelijk iemands angst of zorgen ontzenuwen of minder aannemelijk maken
    • Gelukkig kon hij haar geruststellen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be