verhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ha·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verhalen
verhaalde
verhaald
zwak -d volledig

Werkwoord

verhalen

  1. (inergatief) ~ over: een verhaal vertellen
    Hij verhaalt met gevoel over zijn bezoeken aan de meest uiteenlopende plaatsen.
    'Roodkapje' verhaalt over een meisje dat op bezoek gaat bij haar oma.
  2. (overgankelijk) iets ~ op: schadevergoeding eisen, kosten laten betalen
    De gemeente verhaalt de kosten op de daders.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verhalen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verhaal