Naar inhoud springen

stallen

Uit WikiWoordenboek
  • stal·len
  • In de betekenis van ‘pissen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stallen
stalde
gestald
zwak -d volledig

stallen

  1. overgankelijk een rijdier of voertuig na gebruik onderbrengen in een beschutte ruimte (stal, garage, remise)
    • Bij welke manege heb je je paard gestald? 
  2. uitstallen: tonen van koopwaar
     Amsterdam is inmiddels klaarwakker: de planken voor de ramen van de winkels zijn weggehaald en de verkopers stallen hun waren uit.[2]

destallenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stal
     Hij zou wachten tot de markt bijna uitging, tot de stallen leger waren en de kopers aan de korenwijn zaten.[3]
     De houten wanden zijn volgeplakt met foto's van uitgemergelde dieren, die dood in hun stallen liggen.[4]
     Hij heeft mijn stallen in brand gestoken.[5]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
  1. "stallen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  4. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  5. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be