verstellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘repareren van kleding’ voor het eerst aangetroffen in 1412 [1]
  • Afgeleid van stellen met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstellen
verstelde
versteld
zwak -d volledig

Werkwoord

verstellen

  1. overgankelijk (kleding) (kleding of schoenen) weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt
    • Ik verstel en herstel al uw kleding en gordijnen. 
  2. overgankelijk anders stellen
    • Deze horlogeband kunt u op uw gewenste maat verstellen. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen