bestel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stel
enkelvoud meervoud
naamwoord bestel bestellen
verkleinwoord bestelletje bestelletjes

Zelfstandig naamwoord

bestel o

  1. een organisatie die als systeem een bepaald doel op een bepaalde manier dient
    • Dit bestel functioneert niet langer en behoeft hervorming. 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bestellen

bestel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestellen
    • Ik bestel. 
  2. gebiedende wijs van bestellen
    • Bestel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestellen
    • Bestel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.