blootstellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blootstellen
stelde bloot
blootgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

blootstellen

  1. overgankelijk ~ aan in aanraking doen komen met een besmetting of straling
    • Hij besefte niet dat hij daarmee blootgesteld werd aan radioactive besmetting. 
  2. wederkerend zich ~ zichtbaar maken, kwetsbaar opstellen
    • In het huidige eredivisieseizoen werden ook bestuurders bedreigd. In Heerenveen legde voorzitter Anne Hettinga van het stichtingsbestuur direct zijn functie neer nadat zo’n vijftig man hem thuis in Sneek had opgezocht. „Ik wil mijn gezin en mezelf niet langer blootstellen aan de omstandigheden van de afgelopen 48 uur”, verklaarde Hettinga. Feyenoord-directeur Eric Gudde zei het niet voor niets: het gezin is de „achilleshiel” van de voetbalbestuurder.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Fabian van der Poll & Steven VerseputNRC 2 februari 2016