openstellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openstellen
stelde open
opengesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

openstellen

  1. overgankelijk (wettelijk) toegankelijk maken
    • Nadat het gevaar van de aswolk geweken was werd het luchtruim weer opengesteld. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.