slof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Sloffen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slof
enkelvoud meervoud
naamwoord slof sloffen
verkleinwoord slofje slofjes

Zelfstandig naamwoord

slof m

  1. een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis te gedragen te worden
    • Hij liep nog op zijn sloffen. 
  2. samen verpakte kleinere pakjes
    • Geef mij die hele slof sigaretten maar. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
sloffen

slof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sloffen
    • Ik slof. 
  2. gebiedende wijs van sloffen
    • Slof! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sloffen
    • Slof je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie