schoenveter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schoenveter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoen·ve·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoenveter schoenveters
verkleinwoord schoenvetertje schoenvetertjes

Zelfstandig naamwoord

schoenveter m

  1. (schoeisel) een veter om een schoen of laars open of dicht te rijgen
    • Een schoenveter wordt doorgaans met een dubbele slipsteek vastgestrikt. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie