gymschoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gym·schoen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gymschoen gymschoenen
verkleinwoord gymschoentje gymschoentjes

Zelfstandig naamwoord

gymschoen m

  1. (sport), (schoeisel) schoen die speciaal bedoeld is om op te gymmen
    • Het is prima als je naar school gaat op je gymschoenen, maar het is niet verstandig om ze aan te hebben tijdens een sollicitatiegesprek. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be