wandelschoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. schoeisel dat speciaal geschikt is om grote wandelingen mee te maken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·del·schoen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wandelschoen wandelschoenen
verkleinwoord wandelschoentje wandelschoentjes

Zelfstandig naamwoord

wandelschoen m

  1. (schoeisel) (sport) schoeisel dat speciaal geschikt is om grote wandelingen mee te maken
    • De juiste wandelschoen is een basisvereiste voor 'tredzekerheid' tijdens het wandelen. [1]
  2. (schoeisel) licht, gemakkelijk zittend schoeisel met lage hakken, geschikt om op straat te wandelen
    • Maar ook de „normale" wandelschoen waarvan de hak slechts iets hoger ligt dan de zool, wordt door sommige experts in lichaamshouding en beweging als ongezond beschouwd. [2]
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid