klittenband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klit·ten·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klittenband klittenbanden
verkleinwoord klittenbandje klittenbandjes

Zelfstandig naamwoord

klittenband o

  1. een sluiting van aan elkaar klevend materiaal, wat betrekkelijk gemakkelijk losgemaakt kan worden
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be