schoensmeer

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoen·smeer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoensmeer schoensmeren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schoensmeer m / o

  1. smeersel om leer glanzend en soepel te houden en de kale plekken op te kleuren
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be